[To ECN Homepage]  Verband roet en broeikaseffect nog onzeker

  [Homepage ECN-Nieuwsbrief] --> [Artikel ECN-Nieuwsbrief]  

Titel : Verband roet en broeikaseffect nog onzeker
Publicatie datum: : 28 oktober 2002
Trefwoorden: : roet, China, Science, broeikaseffect, CESAR, KNMI, aerosolen
Zie ook: : http://www.ecn.nl/nwsbrf/article/0101.html

De overstromingen in China komen voornamelijk door roet in de atmosfeer, stond onlangs in Science. Volgens ECN is het echter nog veel te vroeg om dit te concluderen.

De recente overstromingen in China zijn voor een groot deel veroorzaakt door roet in de atmosfeer. Dit schrijven klimatologen van Nasa in het wetenschappelijke vakblad Science van afgelopen 27 september. Roet is volgens hen in deze regio de belangrijkste opwarmer van de aarde na CO2. In tegenstelling tot broeikasgassen, die als een soort deken de warmte rondom de aarde vasthouden, absorberen roetdeeltjes zonlicht direct en stralen ze deze energie weer als warmte uit. Hierdoor wordt de lucht verwarmd en komen er meer wolken en regen. Hiermee verklaren de klimatologen de steeds grotere wateroverlast in zuidelijk China.

Volgens onderzoekers van ECN is deze conclusie echter niet hard te maken, omdat ze gebaseerd is op gegevens die nog onzeker zijn. Onderzoeker Harry ten Brink verwoordt zijn kritiek op de klimatologen van Nasa als volgt: “Ze gaan uit van een bepaalde hoeveelheid roet. De metingen zijn echter dermate onnauwkeurig dat de uitkomst een factor vier kan verschillen. Bovendien hangt het effect ook af van de toestand waarin het roet voorkomt. Hierdoor kan roet tot vier keer meer licht opnemen dan de mate waar Nasa van uitgaat. Al met al is het een stap te ver om roet aan te wijzen als hoofdoorzaak van de overstromingen.”

Meten
Ten Brink heeft ervaring met het meten van aerosolen, zeer fijne stofdeeltjes waartoe ook roetdeeltjes behoren. Dit werk heeft hij ook uitgevoerd voor India, waar de lucht sterk verontreinigd is. Het viel hem op toen hij in Delhi uit het vliegtuig stapte: hij kreeg vrijwel meteen last van kriebel in de keel en het zicht was sterk beperkt. Dit duidde op de aanwezigheid van veel aerosoldeeltjes, beter bekend als smog. Bij de vergelijking van de verschillende meetmethodes heeft Ten Brink gemerkt dat roetmetingen grote verschillen in resultaten laten zien, wat het trekken van conclusies bemoeilijkt.

Sjaak Slanina, deeltijd hoogleraar bij de Wageningen Universiteit en de Peking Universiteit in Beijing, valt zijn collega Ten Brink bij: “Inderdaad zijn de meetmethoden behept met grote onzekerheden. Voor het meten van roet of ‘zwart koolstof’ bestaan twee meetmethoden. Bij de één wordt een filter met het opgevangen roet verwarmd en gekeken hoeveel koolstof vrijkomt. De ander baseert zich op het meten van de zwarte kleur door het roet op het filter. Beide methoden werken indirect en verschillen veel in hun uitkomsten, zowel onderling als binnen de methode zelf. Dit maakt de onzekerheid over de metingen groot.”

Modellen
Ook kunnen klimaateffecten van aerosolen volgens Slanina nog niet goed worden voorspeld. “De huidige klimaatmodellen maken gebruik van een zeer grof raster. Dit betekent dat de kleinste schaal van het model te groot is om de relevante processen met aerosolen te bestuderen. Dat maakt voorspellingen onzeker. De wetenschappers van Nasa merken dat zelf ook op, maar doen daar wel erg luchthartig over. De stelligheid van hun conclusie is echter zwaar aanvechtbaar. Ik wil niet zeggen dat het probleem in China niet belangrijk is, maar zolang we geen betere meetmethoden en modellen hebben is voorzichtigheid op zijn plek.”

Ook voor Nederland blijken aerosolen van belang: het klimaateffect van de miniscule stofdeeltjes blijkt hier groter te zijn dan het broeikaseffect. Dat is ook de reden waarom aerosolen zijn opgenomen in het onderzoeksprogramma van het samenwerkingsverband CESAR. Hierin werken acht instituten, waaronder het KNMI en ECN, samen om het klimaat te observeren. Harry ten Brink vertegenwoordigt ECN binnen CESAR en is namens ECN coördinator van de werkgroep Atmosferische Samenstelling. Deze groep zal proberen het klimaateffect van aerosolen verder te kwantificeren.

Contact:
ECN Schoon Fossiel
Harry ten Brink
0224 – 56 4568
tenbrink@ecn.nl

Meer informatie:
ECN onderzoekt aerosolen binnen de groep Luchtkwaliteit.
Zie hiervoor http://www.ecn.nl/sf/products/env_air/index.nl.html

Binnen CESAR werken acht instituten samen om het klimaat te observeren.
Dit staat op http://www.ecn.nl/nwsbrf/article/0101.html


Update: 28 oktober 2002