Acht instituten werken samen met klimaatobservatie
|
| Titel | : | Acht instituten werken samen met klimaatobservatie |
|---|---|---|
| Publicatie datum: | : | 30 mei 2002 |
| Trefwoorden: | : | CESAR, KNMI, klimaat, milieu, atmosfeer, Cabauw, TUD, RIVM, TUE, WUR, ESA, TNO |
| Zie ook: | : | http://www.ecn.nl/corp/press/p020521.html |
|
Het KNMI gaat binnen het nationaal observatorium CESAR samenwerken met zeven andere instituten, waaronder ECN. Hierdoor kunnen veranderingen in het klimaat beter worden voorspeld. |
|
Acht in Nederland gevestigde instituten hebben op 23 mei 2002 een overeenkomst
getekend voor de samenwerking in Cabauw Experimental Site for Atmospheric
Research (CESAR). Dit is een nationaal observatorium van de atmosfeer
op de KNMI-locatie in Cabauw, in de buurt van Lopik. De CESAR-partners
zijn KNMI, TU Delft, RIVM, ECN, TU Eindhoven, Wageningen Universiteit
en Researchcentrum, de Europese ruimtevaartorganisatie ESA en TNO. De
samenwerking heeft als doel om de klimaatontwikkelingen beter te volgen,
te begrijpen, en te voorspellen. Daarmee legt het een steviger basis
voor het klimaat- en milieubeleid.
In Cabauw staat een meetmast van het KNMI met een hoogte van 213 meter. De mast wordt gebruikt voor meteorologische metingen in de zogenoemde grenslaag van de atmosfeer. Juist in die grenslaag spelen zich processen af, die het weer aan het aardoppervlak en het klimaat sterk kunnen beïnvloeden. De samenwerking van de acht instituten heeft als voordeel dat gecoördineerde observaties meer informatie opleveren dan verspreide waarnemingen. Hiermee kan de naleving van internationale afspraken, zoals de reductie van de CO2-uitstoot in het Kyoto protocol, worden gecontroleerd. Tevens wil CESAR net als het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) meer aandacht besteden aan systematische waarnemingen.
De meetmast van het KNMI in Cabauw. CESAR-partner ECN meet hier vooral aërosolen
Fijn stof
Wat uiteindelijk het resultaat op het klimaat zal zijn, is nu nog onbekend. De schattingen van de grootte van het aërosoleffect berusten geheel op berekeningen, die moeten worden vergeleken met de meetwaarden in Cabauw. Daarom is samenwerking ook voor ECN essentieel. Dit gebeurde al eerder in het kader van het nationaal onderzoeksprogramma Mondiale Luchtverontreiniging en Klimaatverandering, en nu dus in CESAR. Ten Brink: “Momenteel staan we op het punt om unieke nieuwe metingen voor de meetmast van het KNMI op te zetten. Hierbij zullen we de samenstelling van aërosolen als functie van hun grootte op continue basis gaan meten. Daarnaast gaan we door met het meten van de broeikasgassen methaan en lachgas.”
Meer informatie:
|