|
Vorig jaar vond de zesde klimaatconferentie in Nederland plaats. Na
het teleurstellende verloop van de onderhandelingen in Den Haag werden
die in juli dit jaar toch nog succesvol afgerond in Bonn, wat resulteerde
in een politiek akkoord. Inmiddels is de volgende conferentie alweer
aa de gang. Jan-Willem Martens van ECN Beleidsstudies volgt de klimaatonderhandelingen
en geeft aan wat we van de klimaatconferentie in Marrakech kunnen verwachten.
“Het wordt in Marakech minder spannend dan in Bonn, zoveel lijkt zeker,”
zegt Martens. “In Den Haag en Bonn ging het om het bereiken van een
akkoord over hoe streng de spelregels van het Kyoto-protocol moest worden
en stonden er grote politieke belangen op het spel. Nu er een akkoord
ligt is het woord weer aan de ambtenaren en de experts om de technische
details verder uit te werken.”
Details
Is het dan nog wel interessant om de onderhandelingen te volgen? Martens
vindt van wel: “Allereerst is het akkoord nog niet volledig veiliggesteld.
Sommige van de technische onderwerpen op de agenda hebben ook een politieke
lading. Dit kwam al naar voren in Bonn. Nadat het akkoord was bereikt,
stelde Rusland dat zij het akkoord niet zouden accepteren als ze niet
volgens hun manier de bossen (‘sinks’) konden meetellen. Het akkoord
wordt dus pas aanvaard als alle details zijn vastgelegd. Met name in
de eerste week moet blijken welke landen via de technische
details het akkoord op het spel durven te zetten.”
De zevende klimaatconferentie moet het politieke
akkoord uit Bonn vertalen in een effectief beleid
Ontwikkelingslanden
“Ook is het de vraag hoe slagvaardig men optreedt nu er een akkoord
is bereikt. Een van de doelstellingen van Marakkech is om een snelle
start van het Clean Development Mechanism (CDM) te verzekeren. Hierbij
kunnen westerse landen en bedrijven makkelijker investeren in schone
projecten in ontwikkelingslanden, omdat ze de emissiereducties van die
projecten terug kunnen krijgen. Door een uitvoerend bestuur (‘executive
board’) te kiezen kan het CDM van start gaan. Het risico bestaat echter
dat het bestuur te bureaucratisch wordt opgezet met te weinig bevoegdheden.
Dan kan de implementatie van dit soort projecten een langdurig en weinig
pragmatisch proces worden.”
Zonnepanelen
Martens vindt dat het toekomstige CDM-bestuur zich moet richten op de
steun aan kleinschalige projecten. “Dit is vooral belangrijk om
de toepassing van duurzame energietechnologieën in ontwikkelingslanden
te stimuleren, zoals bijvoorbeeld zonnepanelen, windturbines en biomassavergassing.
ECN is op dit moment bezig met het ontwikkelen van vereenvoudigde CDM-procedures
voor kleinschalige duurzame energieprojecten. Op deze manier kunnen
zulke projecten relatief eenvoudig en goedkoop worden uitgevoerd. In
hoeverre dit uiteindelijk operationeel wordt hangt sterk af van het
mandaat en slagvaardigheid van het uitvoerend bestuur. Als het aangestelde
bestuur in Marrakech te weinig armslag krijgt zal het realiseren van
emissiereducties via ontwikkelingslanden voorlopig nog wel een illusie
blijven.”
Meer informatie:
Jan-Willem Martens
ECN Beleidsstudies
martens@ecn.nl
tel. 0224 – 56 8263 / 4423
|