[To ECN Homepage]  Utrechts hoogleraar treedt toe tot Raad van Toezicht

  [Homepage ECN-Nieuwsbrief] --> [Artikel ECN-Nieuwsbrief]  

Titel : Utrechts hoogleraar treedt toe tot Raad van Toezicht
Publicatie datum: : 29 november 2001
Trefwoorden: : Utrecht, Raad van Toezicht, Turkenburg, bestuur
Zie ook: : www.chem.uu.nl/nws/www/general/personal/turken_b.htm

Wim Turkenburg, hoogleraar Natuurwetenschap & Samenleving aan de Universiteit van Utrecht, is onlangs benoemd tot lid van de Raad van Toezicht van ECN. Hij is van mening dat het onderzoeksinstituut zich meer moet concentreren op de toepassing van de ontwikkelde kennis: “Het commerciële denken kan absoluut beter.”

Als opvolger van zijn collega-wetenschapper Nico de Voogd van de TU Delft neemt Turkenburg de komende vier jaar plaats in de Raad van Toezicht. Deze raad bestaat uit zes leden met als voorzitter Jan Terlouw. Turkenburg kent ECN al dertig jaar, beschikt over uiteenlopende ervaringen in het energieonderzoek en heeft vele bestuurlijke contacten opgebouwd in de energiewereld, wat volgens hem zwaar heeft meegewogen bij zijn benoeming. Bovendien heeft hij een uitgesproken mening over het energieonderzoek, zo blijkt al snel tijdens het interview.


Utrechts hoogleraar Wim Turkenburg neemt plaats in de Raad van Toezicht: "ECN moet meer focus aanbrengen in het energieonderzoek."

Hoe kijkt u tegen uw benoeming aan?
“Ik was behoorlijk verrast toen ik voor de functie werd gevraagd. Ik zat al in de Programma Advies Raad (PAR), maar het lijkt me leuk om vanuit een andere positie in de keuken van ECN te kijken en mee te denken over het te voeren beleid. De Raad van Toezicht buigt zich niet alleen over de inhoud, maar schenkt ook aandacht aan de bedrijfsmatige en financiële kant. Zelf zal ik vooral letten op de wetenschappelijke kwaliteit van het instituut. Wat dat betreft ben ik blij met de strategische plannen, waarin ECN aankondigt dat het binnen vier jaar tot de internationale top vijf wil behoren.”

Welk beeld had u vroeger van ECN?
“Ik ken ECN –wat toen nog RCN heette- sinds 1968, toen ik als student in Leiden college liep bij toenmalig directeur Jaap Goedkoop. Ook volgde ik in die periode het reactorpracticum in Petten. Het instituut richtte zich destijds uitsluitend op de ontwikkeling en toepassing van kernenergie. In 1971 ben ik als criticus nauw betrokken geweest bij het debat over kernenergie. Ik vond toen dat alternatieve energievormen zoals zonne-energie te weinig aandacht kregen. Ook werden energiebesparing en vragen rondom het energiebeleid eerst verwaarloosd. Halverwege de jaren zeventig werd RCN omgedoopt tot ECN en werd het onderzoek veel breder aangepakt. Door mijn werk als wetenschapper en als bestuurder heb ik veel mensen van ECN leren kennen. De afgelopen vijf jaar heb ik een zinnige en inspirerende tijd doorgebracht in de PAR. Hierin heb ik meegedacht over de onderzoeksvelden van ECN en de samenwerking tussen de units.”

Hoe denkt u nu over ECN?
“ECN verricht op diverse terreinen top-onderzoek. Wel is het instituut te ver doorgeslagen met het verbreden van het energieonderzoek. Van alles een beetje, zo lijkt het soms. ECN zou meer focus moeten aanbrengen. Het instituut is ambitieus, maar het is te optimistisch over de toekomstige rol van zonne-energie in Nederland. Ook vind ik het jammer dat het nucleaire onderzoek nog maar indirect deel uitmaakt van ECN. Dit is niet logisch, omdat kernenergie ook een bijdrage kan leveren aan de duurzame ontwikkeling van de energiehuishouding.”

Wat staat ECN de komende tijd te doen?
“ECN verkeert als kennisinstituut nog teveel in een isolement. De banden met universiteiten en bedrijven moeten worden aangehaald en versterkt, en internationale samenwerking moet verder worden uitgebouwd. Bovendien kan ECN nog meer aan de weg timmeren dan nu, door zichzelf meer zichtbaar te maken in de wetenschappelijke wereld. En het commerciële denken, waarin je uitvindingen ziet als producten om te verkopen, kan absoluut beter. Om tot een beter gebruik van kennis te komen, moet ECN meer vanuit de klant en minder vanuit de technologie leren werken. De ontwikkelde kennis moet industrieel en maatschappelijk meer spin-off krijgen. Hierbij is het belangrijk dat ECN een inspirerende werkomgeving biedt voor iedereen die duurzame energie een warm hart toedraagt.”

Meer informatie:
Kijk op www.chem.uu.nl/nws/www/general/personal/turken_b.htm voor het curriculum vitae van Wim Turkenburg.


Update: 29 november 2001