|
Als opvolger van zijn collega-wetenschapper Nico de Voogd van de TU
Delft neemt Turkenburg de komende vier jaar plaats in de Raad van Toezicht.
Deze raad bestaat uit zes leden met als voorzitter
Jan Terlouw. Turkenburg kent ECN al dertig jaar, beschikt over uiteenlopende
ervaringen in het energieonderzoek en heeft vele
bestuurlijke contacten opgebouwd in de energiewereld,
wat volgens hem zwaar heeft meegewogen bij zijn benoeming. Bovendien
heeft hij een uitgesproken mening over het energieonderzoek, zo blijkt
al snel tijdens het interview.
Utrechts hoogleraar Wim Turkenburg neemt plaats in de Raad van Toezicht:
"ECN moet meer focus aanbrengen in het energieonderzoek."
Hoe kijkt u tegen uw benoeming aan?
“Ik was behoorlijk verrast toen ik voor de functie werd gevraagd. Ik
zat al in de Programma Advies Raad (PAR), maar het lijkt me leuk om
vanuit een andere positie in de keuken van ECN te kijken en mee te denken
over het te voeren beleid. De Raad van
Toezicht buigt zich niet alleen over de inhoud, maar schenkt ook aandacht
aan de bedrijfsmatige en financiële kant. Zelf zal ik vooral letten
op de wetenschappelijke kwaliteit van het instituut. Wat dat betreft
ben ik blij met de strategische plannen, waarin ECN aankondigt dat het
binnen vier jaar tot de internationale top vijf wil behoren.”
Welk beeld had u vroeger van ECN?
“Ik ken ECN –wat toen nog RCN heette- sinds 1968, toen ik als student
in Leiden college liep bij toenmalig directeur Jaap Goedkoop. Ook volgde
ik in die periode het reactorpracticum in Petten. Het
instituut richtte zich destijds uitsluitend op de ontwikkeling en toepassing
van kernenergie.
In 1971 ben ik als criticus nauw betrokken geweest bij het debat over
kernenergie. Ik vond toen dat alternatieve energievormen zoals zonne-energie
te weinig aandacht kregen. Ook werden energiebesparing en vragen rondom
het energiebeleid eerst verwaarloosd. Halverwege de jaren zeventig werd
RCN omgedoopt tot ECN en werd het
onderzoek
veel breder aangepakt. Door mijn werk als wetenschapper en als bestuurder
heb ik veel mensen van ECN leren kennen. De afgelopen vijf jaar heb
ik een zinnige en
inspirerende tijd doorgebracht in de PAR. Hierin heb ik meegedacht over
de onderzoeksvelden van ECN en de samenwerking tussen de units.”
Hoe denkt u nu over ECN?
“ECN verricht op diverse terreinen top-onderzoek. Wel is het instituut
te ver doorgeslagen met het verbreden
van het energieonderzoek. Van alles een beetje, zo lijkt het soms. ECN
zou meer focus moeten aanbrengen. Het instituut is ambitieus, maar
het is te optimistisch over de toekomstige rol van zonne-energie in
Nederland.
Ook vind ik het jammer dat het nucleaire onderzoek nog maar indirect
deel uitmaakt van ECN. Dit is niet logisch, omdat kernenergie ook een
bijdrage kan leveren aan de duurzame ontwikkeling van de energiehuishouding.”
Wat staat ECN de komende tijd te doen?
“ECN verkeert als kennisinstituut
nog teveel in een isolement. De banden met universiteiten en bedrijven
moeten worden aangehaald en versterkt, en internationale samenwerking
moet verder worden uitgebouwd. Bovendien kan ECN nog meer aan
de weg timmeren dan nu, door zichzelf meer zichtbaar te maken in de
wetenschappelijke wereld. En het commerciële denken, waarin je uitvindingen
ziet als producten
om te verkopen, kan absoluut beter. Om tot een beter gebruik van kennis
te komen, moet ECN meer vanuit de klant en minder vanuit de technologie
leren werken. De ontwikkelde kennis moet industrieel en maatschappelijk
meer spin-off krijgen. Hierbij is het belangrijk dat ECN een inspirerende
werkomgeving
biedt voor iedereen die duurzame energie een warm hart toedraagt.”
Meer informatie:
Kijk op www.chem.uu.nl/nws/www/general/personal/turken_b.htm voor het
curriculum vitae van Wim Turkenburg.
|